Biobased bouwproducten zijn er, nu volgt de juiste keuze nog.
In een jaar tijd groeide het aantal biobased bouwproducten met een volledige milieuverklaring in de Nationale Milieudatabase van 92 naar 245. Dat is bijna drie keer zoveel. Wie alleen naar dat getal kijkt, denkt dat biobased bouwen eindelijk doorbreekt.
Maar de bouwplaats vertelt een ander verhaal. De Benchmark Biobased Bouwen 2026 van KTGO laat zien dat het aanbod snel groeit, terwijl projecten er nog nauwelijks voor kiezen. De producten liggen klaar. Ze worden alleen niet besteld.
3,3 procent, terwijl het doel 30 is
De cijfers uit de benchmark zijn helder. Bij grootschalige renovaties in de woningbouw is het biobased aandeel 3,3 procent. In de utiliteitsbouw is het 2,4 procent. De doelstelling uit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen voor 2030 ligt op 30 procent biobased isolatie bij woningverduurzaming en renovatie.
Dat is geen gaatje. Dat is een gat.
En toch zit er ook goed nieuws in. Het aantal regionale ketens groeide van 11 naar 16, het aantal bouwconcepten met minimaal 30 procent biobased casco-onderdelen van 6 naar 16. Volgens de benchmark laat renovatie als enige markt echte groei zien; de nieuwbouw blijft ver achter. De bereidheid is er dus. Alleen niet op het moment dat het telt: wanneer er besteld wordt.
Waarom blijft het liggen?
Als de producten er zijn, waarom kiest dan bijna niemand ervoor? Daar zijn een paar verklaringen voor. Eerlijk gezegd zijn ze ook best begrijpelijk.
Prijs en beschikbaarheid spelen mee. Volgens de Rijksoverheid kunnen bouwbedrijven vaker biobased bouwen als de materialen beschikbaar zijn tegen een haalbare prijs. Veel biobased bouwmaterialen worden bovendien nog in het buitenland gemaakt.
Daarnaast is er onzekerheid. In vakblad PONT waarschuwden specialisten eerder dit jaar dat lang niet alle geclaimde voordelen van biobased materialen in de praktijk kloppen. Objectieve informatie over de eigenschappen ontbreekt vaak. Wie twijfelt, kiest voor wat hij kent. Dat is geen onwil. Het is risico vermijden.
Juist daarom telt aantoonbaarheid zo zwaar. Een certificering of een milieuverklaring in de Nationale Milieudatabase maakt van een belofte iets wat je kunt controleren. Die groei van 92 naar 245 producten is dus meer dan een mooi getal: steeds meer biobased producten kunnen gewoon mee in een MPG-berekening.
Het moment komt vaker dan je denkt
Een gebouw wordt niet in één keer verduurzaamd. Het gebeurt in stappen, op de momenten dat er toch al iets vervangen moet worden. Kozijnen na dertig jaar, een installatie die op is. En het dak.
Bij een dakrenovatie gaat alles open. De oude dakbedekking eraf, isolatie aanpakken, nieuwe dakrand erop. Op dat moment worden in korte tijd een hoop materiaalkeuzes gemaakt. Meestal vallen ze op wat er twintig jaar geleden ook lag, simpelweg omdat het zo gaat en niemand er stil bij staat.
Daar zit volgens ons de snelste winst. Je hoeft geen extra project te starten of een gebouw te slopen. Het werk staat al gepland. Het enige wat verandert, is wat er op de bestellijst komt.
Waar de dakrand in beeld komt
De dakrand is geen onderdeel waar veel over wordt nagedacht. Hij moet passen, afwerken en lang meegaan. Maar op een plat dak gaat het al snel om flink wat strekkende meters. Elke meter is een materiaalkeuze.
Daarom ontwikkelde New Circle het Biobased Dakrandprofiel, bedoeld voor extensieve sedumdaken en groendaken. Het profiel is gemaakt van HDPE uit hernieuwbare grondstoffen, met een biobased aandeel van minimaal 98 procent. Het heeft een technische levensduur van circa 50 jaar, tien jaar garantie en is volledig recyclebaar. Dit jaar selecteerde de vakjury van de KVK Innovatie Top 100 het profiel in de categorie Circulaire economie.
Minstens zo belangrijk is hoe je het bevestigt. Verlijmen is niet nodig: de profielen worden met biobased connectoren aan elkaar gekoppeld. Leg je ze los, dan komen ze er bij de volgende renovatie heel af en kun je ze opnieuw inzetten. Dat maakt verschil. Biobased zonder losmaakbaarheid verschuift het probleem alleen; een vastgelijmd product, hoe natuurlijk ook, eindigt toch in de container.
Eerlijk is eerlijk: een eigen milieuverklaring in de Nationale Milieudatabase hebben we nog niet. De levenscyclusanalyse van het profiel loopt. Zodra die klaar is, delen we de uitkomst.
De regels schuiven op
Wachten wordt ook steeds minder logisch. Sinds 1 juli 2026 is de milieuprestatie-eis voor kantoren 15 procent strenger. Voor scholen, winkels, zorginstellingen en bedrijfshallen geldt voor het eerst een eis. Juist dat zijn gebouwen met grote platte daken.
De volgende stap staat al op de kalender. Vanaf 1 januari 2028 moet voor nieuwe gebouwen boven de 1000 m² een whole life carbon-berekening over de hele levenscyclus worden gemaakt. Vanaf 2030 volgt een wettelijke grenswaarde voor de klimaatimpact van zowel energie- als materiaalgebruik.
Dat raakt eerst de nieuwbouw. Maar wie nu een dak renoveert, legt materialen neer die er over twintig jaar nog liggen. Wat vandaag nog vrijblijvend voelt, is dan waarschijnlijk gewoon de norm.
Opschalen begint bij de bestelling
De benchmark laat zien dat de markt meer dan genoeg biobased producten heeft. Wat ontbreekt, is het moment waarop iemand er ook echt voor kiest. Dat ligt niet bij één partij. De opdrachtgever stelt de eisen, de architect of adviseur schrijft het voor, de dakdekker legt het neer. Als één schakel blijft kiezen voor wat hij kent, gebeurt er niks.
Staat er bij jou de komende tijd een dakrenovatie op de planning? Neem dan contact met ons op. We denken graag mee over wat een biobased en losmaakbare dakrand voor jouw project kan betekenen. Bekijk alvast het Biobased Dakrandprofiel.
Deel deze informatie met anderen
Meest recente berichten
oktober 24, 2026
oktober 24, 2026